Week 3 op Ascension

Interviews en fotoshoots

Vrijdag 11 april is een dagje van interviews en fotoshoots. Twee stuks van elk. Ondertussen is er geen brood meer in het hotel. Alles is op. En dus krijgen we croissants en chocoladebroodjes geserveerd. Ook de eieren en het flessenwater zijn op. Het is wachten op het voorraadschip van de Ministry Of Defense (MOD) dat zondag binnenloopt. Het bedient ook andere plekken waar Britse troepen gelegerd zijn, zoals Afghanistan en Gibraltar.

image

Schilpaddenochtend en Dampier’s Drip

Op zaterdag 12 april staan we vroeg op. Om 6u staan we bij Long Beach in het duister te speuren naar schildpadden. We vinden een laatblijver. Ze heeft net haar eieren gelegd, en is de ene put aan het dichten door een andere te graven. Het is zwaar werk om al het zand met de flippers opzij te duwen. Ze stoot regelmatig een diepe zucht uit. Door die tweede put zet ze eventuele eierjagers op het verkeerde been, eh, poot. En zo kunnen de eieren niet blootgelegd worden als er toevallig een andere schildpad in de put verzeilt. We wachten tot ze vertrekt en heel traag haar weg zoekt de zee. Magisch om die wonderlijke dieren bezig te zien, alleen, zo bij het krieken van de dag.

image

Eens terug ‘thuis’ maken we werk van transcripties en plegen we wat telefoontjes. Ondertussen is het vertrek aangebroken van het koppel dat we twee weken geleden als eerste interviewden. Ondertussen zijn we goede maatjes geworden, en een dikke afscheidsknuffel onderstreept dat. We gaan jullie missen, Mr & Mrs Pearce!

image

In de namiddag besluiten we nog een korte wandeling te maken naar Dampier’s Drip. De Drip is vernoemd naar de 18e-eeuwse ‘ontdekker’ die hier zou geleefd hebben nadat zijn schip ‘Roebuck’ zonk bij Long Beach. Het is echter waarschijnlijker dat hij onderkomen zocht in Breakneck Valley, maar de naam is blijven plakken. De ‘Drip’ – een mager, maar constant waterstraaltje dat uit de berg kwam – was lange tijd de énige waterbron van het eiland, en dus van groot strategisch belang.

image

Letterbox Walk en Matt, Mel & Austin

Zondag 13 april maken we ons mentaal klaar voor een langere en moeilijkere wandeling: de Letterbox Walk. We aarzelen even wanneer het begint het regenen. Het wordt een fikse, maar korte bui. Blijkbaar regent het altijd rond Pasen op het eiland. Onderweg stoppen we nog bij iemand thuis om een interview te regelen. We besluiten niet de moeilijkere ‘hoogtevreesgevoelige’ route te nemen, maar het jeeppad. We dalen flink in een vulkanisch landschap waarin je je als mens heel klein voelt. Het is hier wild, afgelegen en eenzaam. We worstelen een beetje met de wegaanduiding die virtueel onbestaande is. We besluiten het laatste stuk van de wandeling af te breken en terug te keren. Al de verloren meters hoogteverschil moeten we nu al zwoegend en puffend herwinnen. We komen enigszins gefrustreerd boven aan bij de auto zonder ‘letterbox stamp’ in ons boekje.

image

‘s Avonds leren we twee Australiërs (Mel en Matt) en een Canadees (Austin) kennen. Ze zijn net aangekomen en doen een soortgelijk project als wij, zij het met andere invalshoek.Gelukkig maar. Toch voelt het niet zo comfortabel aan, want wellicht (over)bevragen we dezelfde mensen. En ze gaan met hetzelfde schip naar St Helena. Het is een leuk trio, dus van animositeit is geen sprake, integendeel. We smijten ons ‘s avonds in de drank en er wordt wat afgelachen en geconverseerd. Eindelijk die Sint-Heleniaanse rum – de fameuze White Lion – geproefd 🙂

image

Work & play

Maandag 14 april. Katerdag 🙂 We beginnen aarzelend aan de dag met wat telefoontjes naar een resem te interviewen personen. En verder doen we wat ‘huishoudelijke’ taken: shoppen, wassen… en schrijven we aan de blog.

image

In de late namiddag rijden we nog eens de berg – Green Mountain – op. Er is nog een wandelpad dat we zeker nog willen gedaan hebben, Rupert’s path. We combineren opnieuw met Cronks path en genieten van mooie uitzichten over de White Horse (een berg) en Two Boats (het dorp) met Sister’s Peak (opnieuw een berg). Het moet de warmste dag op de berg tot nog toe zijn. Rupert’s path daalt, maar op Cronks path moeten we de verloren meters lichtjes maar duidelijk inhalen.

image

De dag zit er op. Ik lees verder in een interessant boek dat ik heb opgepikt in Oxford: ‘Off the map’ van Alastair Bonnett. Zo voelt het hier ook een beetje… en ook weer niet.

image

Drie interviews en BBC Relay Station

Dinsdag 15 april hebben we drie interviews in het vooruitzicht. We gaan onder andere op bezoek bij de Britse squadron leader, de commandant van de Britse luchtmacht op Ascencion. Onze eerste militair, en dus een bijzondere ervaring. Ik neem ‘s mans portret en hij springt meteen – euh – in de houding. At your service, Sir!

image

In de namiddag zijn we uitgenodigd in het BBC Relay Station. De rondleiding is een ware tijdreis aan de hand van machinerie uit de fifties over de eighties tot en met nu. De BBC zendt vanaf Ascencion op de AM-golf radiosignalen uit naar West-Afrika en Latijns-Amerika.

Ondertussen vernamen we dat onze Australische en Canadese vrienden in de penarie zitten. Ze zijn bewust met een ‘tourist permit’ afgereisd en dat speelt hun nu parten. Na een bezoek aan de administrator werden ze net niet van het eiland gegooid. Een mailtje van de administrator naar een aantal goed geplaatste personen deed de rest. Ze kregen een formeel interviewverbod en ze mogen ook niet filmen. Met procedures wordt hier duidelijk niet gelachen.

image

Off day

Woensdag 17 april begint met een sisser. We mogen op de thee bij de Amerikaanse Major Williams, het hoofd van de Amerikaanse basis, maar eens daar aangekomen kan hij ons niet langer te woord staan… ‘Slechte ervaringen met journalisten’, luidt het. Teruggeroepen door zijn overste. We overhandigen onze vragenlijst en wachten een week af op formele toestemming. Fingers crossed.

De rest van de dag wat aangemodderd. We zouden gaan wandelen, maar ik zag tegen om een smoorhete wandeling over de ruige lava. Dan maar naar Green Mountain gereden om daar een paar uurtjes te werken in de koelte.

Ik geef toe, ik was een beetje teleurgesteld over onze ochtend, maar al bij al mogen we helemaal niet klagen. We hebben toch al maar lekker 12 interviews achter de rug in iets meer dan evenveel dagen. Het werd een waar dominopatroon van de ene geïnterviewde die ons de andere aanraadt.

To interview or not to interview, that’s the question

Donderdag 18 april begint opnieuw bijna met een sisser. Een contactpersoon komt ons opzoeken in het hotel. We hebben een interview met hem geboekt om 10u. Hij wil een ‘quiet word with us’. Blijkt dat hij niet langer wil geïnterviewd worden. Omdat als hij dat toch zou doen het risico loopt van het eiland te worden gegooid. Hij heeft een e-mail ontvangen waarin gestipuleerd staat dat er niet met journalisten mag gepraat worden. Bedoeld wordt: de Australische en Canadese reporters. We verzekeren hem dat wij wel de juiste permit hebben en hij dus geen risico loopt. Toch wil hij zich eerst bevragen bij de overheidsadministratie. Hij laat ten lange leste een bericht voor ons achter dat we kunnen langskomen zoals gepland. Oef.

In de late namiddag proberen we nog eens de Bullocks Pond wandeling te maken. We pikken iets op dat voor een pad moet doorgaan, maar ook deze keer geraken we het spoor bijster.

Het is ook Witte Donderdag vandaag. De traditie wil dat de Saint Helenianen vandaag op de pier gaan vissen om de vangst, ‘s anderendaags – Goede Vrijdag dus – op eten. We besluiten om eerst een bezoekje te brengen aan Cedrics ‘nightshop’ – iets heel ongebruikelijk hier – en dan af te zakken naar de pier om er Cyril te treffen. We hebben wat Belgisch bier in de Britse legerwinkel gekocht en meegebracht, bij wijze van paasgeschenk. De opkomst hier in Ascension is volgens de mensen die we spreken hier niet zo groot als op Sint-Helena zelf, maar er heerst toch een bedrijving én ontspannen sfeertje. Het bier vloeit rijkelijk en de eerste visjes liggen al op de barbeque.