Van Sint-Helena naar Kaapstad

5 juni

Vijf weken terug leek deze dag lichtjaren ver verwijderd te zijn. De dag van afscheid en vertrek. 5 juni blijkt grijs te beginnen, onder een loden hemel. We brengen onze bagage naar de customs in de gietende regen. Eens dat karwei achter de rug rijden we naar Half Tree Hollow voor een portret van David en Nina, een koppel Britse expats dat met ons de reis uit Ascencion heeft meegemaakt. Gelet op het miezerige weer kan ik dat portret niet nemen bovenaan The Ladder – met uitzicht over de oceaan en de haven – maar noodgedwongen bij hen thuis. En dat is niet meteen de meest stimulerende achtergrond. Tegelijk is dat ook de realiteit van een koppel expats dat net is verhuisd.

De tijd vliegt. We moeten nog een paar allerlaatste boodschappen doen en tegen drieën hebben we beloofd terug bij onze onze gastheren Bert & Audrey te zijn, voor een allerlaatste koffie en een portret. Dat gaat gepaard met veel plezier – ze hebben ons echt in hun hart gesloten, en vice versa – en daarna volgt het hartelijke ‘tot ziens’.

Het inschepen start om 16u. Het komen en gaan van de RMS is telkens een gebeurtenis van formaat. Zowat het halve eiland geeft partij op de wharf. Ook David is er, om ons uit te zwaaien. “Nu jullie vertrekken kennen we niemand meer,” zegt hij spijtig. “But we’ll get along.” We omarmen nog een paar kennissen, schudden handen, zwaaien en lachen nog wat en voelen dankbaarheid voor zoveel openheid.

En dan zijn we ermee weg, richting Kaapstad. Het is een andere bemanning dan die waarmee we uit Ascencion kwamen. Enkel Jackie kennen we. Ik vraag me af of en wanneer ik opnieuw zeeziek zal worden. Het antwoord laat niet lang op zich wachten. Eens we de luwte van de baai uit zijn, nemen de wind en de golven in kracht toe. Na het avondmaal heeft de ‘ziekte van de zee’ me onmiskenbaar opnieuw te pakken. Het is winter in de zuidelijke hemisfeer, en dat betekent slecht weer. De boot danst op en neer en we gaan een onrustige nacht in.

6 juni

De volgende ochtend brengt geen soelaas. Ik verlaat de ontbijttafel zonder iets naar binnen te krijgen. De hele dag moet ik horizontaal in de kajuit doorbrengen.

Hoe zo’n dagje er voor de gelukkigen die niet zeeziek worden er uitziet? Elke ochtend krijg je de ‘Ocean Mail’ onder de deur geschoven. Dat is een overzicht van het programma van de dag. In de voormiddag is er een documentaire, meestal eentje van de BBC. Er zijn ook elke ochtend ‘volksspelen’ (ik vind geen beter woord) op het dek. Deze eerste ochtend is dat ‘shuffleboard’, waarbij je met een stok een schijf binnen een bepaald vakje moet schuiven. Een beetje zoals petanque, maar dan met schijven en een puntenpatroon. Om 12u stipt weerklinkt de zware scheepsfluit en iets later is er lunch. De ‘officer of the watch’ deelt dan ook mee hoeveel zeemijl we al gevaren hebben (250) en hoeveel we er nog moeten (een veelvoud), hoe snel we varen (14 knopen per uur, wat snel is, blijkbaar), onze exacte positie en hoe diep het water onder ons is (meer dan 3 kilometer, slik). ‘s Namiddag is er opnieuw een documentaire en een film. Om 16u is er afternoon tea, met driehoekige boterhammetjes.

Om 18u45 mogen we aanschuiven voor de ‘first sitting’ van het diner. Dat verloopt in twee rondes. Wij mogen eerst aan tafel en zitten aan dezelfde tafel als Michel, de Franse consul en Tom, een gepensioneerde Amerikaan. Zo’n diner is werkelijk met alle toeters en bellen – kelners, uitgebreide menu’s, netjes gedekte tafels en een wijnkelner toe – en een van de vaste waarden van de reis met de RMS. Ik kan ‘s avonds mee aan tafel, en hou gelukkig alles binnen.

7 juni

Nog steeds geen beterschap, in tegenstelling tot de reis van Ascencion naar St Helena. Toen kostte het me anderhalve dag om in het ritme van de oceaan te komen. De scheepsdokter komt en geeft me een injectie. Ik voel me initieel nog slechter dan tevoren. ‘s Middags zorgt de steward voor een kommetje soep in de kajuit en ik moet voor de verandering platte rust houden. Als er ‘s middags een documentaire over Tristan da Cunha – onze derde en laatste bestemming – wordt vertoond, krabbel ik recht.

8 tem 10 juni

Naast zeeziekte krijg ik er nu ook barstende hoofdpijn bovenop. Ook dat nog. Een neveneffect van de spuit? De volgende drie dagen breng ik door tussen slapen en waken en zit ik alleen overeind om wat te eten. Ik ben blij als ik het binnen kan houden. Tot zover de heilzame werking van de injectie.

Ondertussen doet mijn partner mee aan de dagelijkse quiz. Samen met een stel Zuid-Afrikanen, een pittige 80-jarige Engelse en een Française vormen ze een ploegje, ‘The Sinners’. Het gaat er blijkbaar bijzonder competitief aan toe. Hij doet ook mee aan allerhande andere spelletjes, zoals het onnavolgbare ‘Frog racing’. Hij beurt me op door erover te vertellen. Het is hem van harte gegund. Ik ben nergens liever dan onderuit in de kajuit. Jammer genoeg gaat op die manier ook een stuk van het sociale leven aan boord aan mij voorbij.

Op de voorlaatste dag kom ik er ‘s morgens uit om de kapitein te interviewen. Wanneer de luchthaven er is, wordt de RMS uit de vaart genomen. Benieuwd naar hoe hij daartegenover staat. Na een tiental minuten moet ik echter forfait geven. Zijn portret zal voor morgen zijn. Hoop ik.

Op dag 5 voel ik me, tegen alle verwachtingen in, kiplekker. Nu ja, dat is misschien een beetje overdreven. Maar ik ben boven water en waag me zelfs op het achterdek voor een saladelunch. Ik maak het portret van de kapitein en tegen vieren begeven we ons naar de zijkant van de brug om Kaapstad dichterbij te zien komen. Het is een spectaculair zicht. We zien Kaapstad de volgende uur uur steeds scherper vorm aannemen. De beroemde Tafelberg torent hoog boven de stad uit. We komen ook voorbij Robbeneiland, waar Nelson Mandela dertig jaar lang dwangarbeider was. Voor we het weten liggen we voor anker in het dok. Een taxirit brengt ons naar De Tafelberg guesthouse. Dat wordt uitgebaat door landgenoten en is een prima plek om onze week wachten op de boot naar Tristan da Cunha te overbruggen.

image

11 juni

De dag begint met een ronduit spectaculair zicht over Kaapstad. Maar we krijgen slecht nieuws… Tristan blijkt even moeilijk te bereiken als gedacht. Er zijn twee Tristanians die om medische redenen terug mee moeten naar het vasteland. Anders gesteld: we moeten onze plaatsen aan boord van de Agulhas noodgedwongen opgeven. Een domper op ons parcours tot nog toe. Op mijn vraag wat de volgende vrije plekken aan boord zijn, krijg ik als antwoord dat alles is volgeboekt tot en met maart 2015! Doodjammer, maar tegelijk ook begrijpelijk. Er gaat immers maar een handjevol schepen naar Tristan. Per jaar, voor alle duidelijkheid. Er is ook geen luchthaven. En eilanders gaan voor. Maar… uitstel is geen afstel.

image

‘s Namiddags verkennen we het zonovergoten, winterse Kaapstad. Het is hier frisser dan verwacht. Een fleece kan je best verdragen en mijn sandalen lijken plots out of place. We lopen de stad in langs de City Gardens, in wat vroeger de groentetuin van de Verenigde Oost-Indische Compagnie was. We maken de wandeling uit onze gids die ons langs de voornaamste plekken loodst. Het centrum van Kaapstad is verrassend behapbaar en aangenaam. Overal zie je ‘stadswachters’ in hun fluongeel-groene hesjes. Veiligheid? Meer fluo op straat! Middagmalen doen we halverwege de namiddag bij een Ethiopiër. We wandelen helemaal terug de berg op tegen het vallen van de avond. We kijken nog even naar de dansende lichtjes van de stad ver beneden ons en gaan onder zeil. Slaapwel!

image

12 juni

Een eerder onaangename klus maar ook dat moet gebeuren: drie weken eerder dan gepland moeten we onze retourvlucht boeken. We beslissen snel iets vast te leggen, want we zijn hier ‘maar’ te gast tot en met 17 juni. We willen de tijd die we nog hebben ook optimaal benutten.

image

‘s Namiddags lopen we de hele stad door op weg naar de V & A Waterfront, een van de stedelijke paradepaardjes die werden aangelegd naar aanleiding van het vorige WK voetbal. Shopping malls zijn niet echt ons ding, maar we belissen toch even polshoogte te gaan nemen. Wat een contrast met St Helena! We lopen langs Loop Street naar de waterkant en dat blijkt een goede beslissing. We ontdekken er een vegetarisch restaurant en een mooie handelszaak tot de nok gevuld met innovatief Zuid-Afrikaans design. We hangen uiteindelijk de rest van de namiddag rond aan The Waterfront. Een dagje chillen dus. Moet kunnen. Maar voor niet te lang 🙂

image