Reisreportage | Nieuwjaar in Jersey

3 Inside Stories.

 

Elisabeth Castle, St. Helier

Elisabeth Castle, St. Helier

 

Van ‘Poor man’s Spain’ tot rijkste belastingsparadijs, Jersey heeft de voorbije eeuw een spectaculaire weg afgelegd. Toch is het Kanaaleiland niet half zo mondain als je zou verwachten. Lees mee over migratie en verknochtheid. Wandel mee over maanlandschap en smokkelaarspad. 

In het kort

Waarom naar Jersey?

✔ Een exotisch en groen stukje ‘Europa’ op slechts zes uur rijden van Brussel. Staatkundig is Jersey een buitenbeentje. Het kleine eiland behoort niet tot het Verenigd Koninkrijk, maar is autonoom bezit van de Britse Kroon, en is ook geen lid van de Europese Unie.

 Het getijdenverschil is er een van de grootste ter wereld: 12 à 15 meter. Dit laat ruimte voor enorm uitgestrekte (goudgele zand)stranden, bv. langs La Grande Route des Mielles.

 Het klifpad langs de noordkust afwandelen van Petit Etacquerel tot Rozel. Je passeert onder meer Grosnez Castle, Devil’s Hole en Plémont Bay. Reken in de winter op drie etappes (makkelijk) wandelen.

 Bij laagtij oversteken naar Corbière Lighthouse. Je kan ook een geleid bezoek aan de vuurtoren regelen (max. 6 personen).  Eventueel als eindpunt van de Corbière ‘Railway’ Walk vanuit St Aubin.

 Een begeleide wandeling naar Seymour Tower. Combineren met Icho Tower is een plus.

 Andere aanraders: St. Brelade’s Paris Church and Graveyard en de Fisherman’s Chapel, St. Matthew’s Glass Church en Noirmont Point.

•Opgelet: nogal wat attracties en bezienswaardigheden zijn gesloten van oktober-november tot april.  Zelf niet kunnen bezoeken, maar hadden we anders zeker gedaan:

  1. Maritime Museum (St. Helier)
  2. Elisabeth Castle (St. Helier)
  3. La Hougue Bie Museum (La Hougue Bie)
  4. Jersey War Tunnels (St Lawrence)

 

Waar logeren en/of eten?

✔  The Inn Boutique Hotel & Restaurant (St. Helier)

✔   Dockyard Restaurant (Marina Metro Hotel, (St. Helier)

✔   Banjo Brasserie & Bar Rooms (St. Helier)

✔   Reguengo’s (St. Helier)

✔   The Hungry Man (Rozel)

✔  Le Moulin de Lecq (Greve De Lecq, St. Ouen)

✔  Colleens Cafe (Greve De Lecq, St. Ouen)

Restotip: ga minstens een keer Portugees eten. Er zijn heel veel Portugese restaurants in St. Helier waar je excellent en veel (!) eet tegen democratische prijzen.

Verblijfstip: Logeren in een voormalige radiotoren, een martellotoren of een fort? Het kan via Jersey Heritage Holiday Lets.

Opgelet: begin januari zijn nogal wat hotels, restaurants en tea-rooms gesloten. Informeer van tevoren.

 

Souvenirs

✔ Black Butter – www.jerseyblackbutter.com

✔ Schuimwijn, wijn of cider van La Mare Wine Estate  – www.lamarewineestate.com

Sardine Run, Coeur D’Amour of Eden collecties van Jersey Pottery  – www.jerseypottery.com

De echte Jersey-truien of wandelstokken gemaakt van de Giant Jersey Cabbage (bladkool) heb ik helaas niet gevonden.

 

Reisverslag

1. Verkleefd aan een eiland

Devil's Hole

Devil’s Hole

 

Van ‘Poor man’s Spain’ tot rijkste belastingsparadijs, Jersey heeft de voorbije eeuw een spectaculaire weg afgelegd.Toch is het Kanaaleiland niet half zo mondain als je zou verwachten.  Eens voet aan wal, ziet St. Helier er ongelooflijk… normaal uit. De hoofdstad is er helemaal niet op uit om te charmeren.

In haar straten hoor je om de haverklap Portugees. De grootste groep gastarbeiders is van Lusitaanse origine en het merendeel van hen is afkomstig van Madeira. ‘Eilanders voelen zich blijkbaar aangetrokken tot andere eilanden,’ luidt het. Dat beaamt ook Rogerio Martins. Hij kwam dertig jaar geleden aan op Guernsey, bleef er drie daarvan plakken en hopte dan naar Jersey. Immigrant Rogerio heeft het mooi voor elkaar en baat nu zijn eigen hotel in Havre des Pas uit.  Maar waarom net Jersey? Hij geeft een diffuus antwoord, waaruit ik opmaak dat hij nog steeds aan Funchal verknocht is. De mama! De zon! De rust! Al heeft hij bij elke terugkeer ‘de stad’ steeds verder voelen oprukken. Alles is relatief, denk ik stilletjes.

Corbière Lighthouse, Corbière Point

Corbière Lighthouse, Corbière Point

 

De enige andere gast in het restaurant van Rogerio’s hotel blijkt een Antwerpse te zijn die al 41 jaar naar Jersey komt. Haar antwoord op onze zelfde vraag is gekleurd door nostalgie. Ze kwam hier voor het eerst met haar inmiddels overleden echtgenoot. Ze vertelt dat ze probeerde naar Jersey te verhuizen via haar dochter. Maar het vooruitzicht van vijf jaar ploeteren voor een maandloon dat amper – en even later niet meer – de huishuur betaalt, hield ze niet langer vol dan een half jaar. Want pas na vijf jaar werken in banen die locals niet meer willen invullen, geraak je aan een kantoorjob. Lees: een job in een van de vele banken. Zo vergaat het de minder kapitaalkrachtige aspiranten. Miljonairs ontspringen die ‘toelatingsproef’. Opmerkelijk: de nationaliteit is voor niet-ingeborenen een twee- à driejaarlijks te hernieuwen begrip.

“En komt u dit jaar nog terug naar Jersey?,” willen we weten. “Het zal nu nog wel even duren, maar dat zit er dik in, ja.” Ik moet spontaan denken aan een koppel in mijn eigen familie dat al jaren naar Jersey afzakt voor hun jaarlijkse vakantie. Ik stuur hen daarop een postkaartje met “We’ve finally made it.”

 

2. Uit met het tij

Dolmen de Faldouët, Fauldoët

Dolmen de Faldouët, Fauldoët

 

Gaat het niet vaak zo? Een uitje dat niet op de planning staat, blijkt plots dé ontdekking van je trip te zijn. Een papiertje aan de valven van een gesloten toerismekantoor brengt me bij Jersey Kayak and Walking Adventures. Ik bel om te horen wanneer een volgende tocht naar de Seymour Tower gaat: de eerste januari. Blij verrast dat ik letterlijk het nieuwe jaar zal inwandelen, duim ik voor mooi(er) weer. Al voorspellen drie dagen onder een loodgrijze Atlantische lucht weinig goeds, het kan mijn opgelaten gevoel niet drukken. De uitspraak indachtig dat niets lang duurt op Jersey, het goede, noch het slechte weer, is het rise and shine op Nieuwjaarsdag. Een stralende zon lacht ons tegemoet.

We hebben pas ’s namiddags afspraak in La Rocque Harbour, dus gaat het eerst richting de Dolmen de Faldouët die er in het ochtendlicht heel atmosferisch bijligt. Het eiland lijkt nog in een diepe aftermath gehuld, maar even later in Gorey blijkt er verrassend veel volk op de been. We klimmen naar het Mont Orgueil kasteel. Gesloten uiteraard, maar we nemen een wegel achterdoor en komen uit bij een uitkijkpost aan de voet van de trotse burcht. Een vredig verlaten groen plekje onder een staalblauwe hemel.

On a walk to Seymour Tower

On a walk to Seymour Tower

 

Aangekomen in La Rocque gooit een miezerregen onverwacht roet in onze picknick. Dat belooft! Derek Hairon en Trudie Trox, de bezielers van Jersey Kayak and Walking Adventures, overhandigen ons even later onze laarzen met een “Best weather in weeks!” We wachten op slechts één andere mede-wandelaarster, een vriendelijke lokale dame ergens diep in haar zeventiger jaren.  Ze komt met flink wat vertraging aan. Derek lacht: “Heel typisch is dat. De toeristen zijn altijd op tijd, maar locals menen het eiland te kennen als hun achterzak en rijden dan verloren in hun eigen achtertuin.”

Dereks familie leeft al vier generaties op Jersey en het zou me niet verbazen als er zeewater in plaats van bloed door zijn aderen stroomt. Zijn sportieve staat van dienst zegt me dat hij zowat vergroeid is met zijn kayak. Allicht is hij een van de fitste mensen op het eiland. Trudie is een Duitse marien biologe en freelance schrijfster van reisgidsen. Ze werd verliefd op Jersey’s laagtijdzone aan de zuidoostkust van het eiland. En op Derek. Trudie boekte vier jaar geleden een tocht op het eiland, maar die ging niet door. Ze werd, tot haar grote schrik, overgeboekt naar een kayaktocht naar Seymour Tower. De rest is geschiedenis.

Seymour Tower

Seymour Tower

 

De ‘maanwandeling’ naar Seymour Tower zou verplichte kost moeten zijn bij een bezoek aan Jersey. Je wordt ingewijd in de fauna en flora die in dit gebied overleven in extreme omstandigheden. Van geen of weinig water tot een compleet onderwaterbestaan. Trudie laat ons onderweg proeven van een aantal soorten zeewier die je rauw kan verorberen, wijst je anemonen en sponzen aan waaraan je als argeloze wandelaar zo voorbij loopt. Je kan deze wandeling ook in je uppie doen, maar dan mis je een pak interessante info en het gezelschap van deze kundige en toegewijde gidsen. Je dient bovendien goed op de hoogte te zijn van de getijden. Het is al meermaals gebeurd dat wandelaars – letterlijk – in de tang worden genomen door het wassende water. Dat vult eerst de geulen aan de buitenrand van de baai, razendsnel én onzichtbaar. De vluchttoren is een eenzaam baken dat herinnert aan het reële gevaar

Aanrader: je kan ook overnachten in de Seymour Tower (cf. supra ‘Waar logeren?’).

 

3. Eilandverlatingsangst

Descending into Bouley Bay

Descending into Bouley Bay

 

We starten onze laatste (kust)wandeling  vroeg ’s ochtends in Bonne Nuit. De uren daglicht zijn beperkt in de winter, dus die willen we maximaliseren. We nemen het smokkelaarspad naar Rozel. De rollercoasterwandeling leidt tussen  gaspeldoornstruiken en langs kromgegroeide eikenbomen. Toch doet dit noordelijk stukje klifpad je af en toe vergeten dat je pal langs de zee loopt. Hier en daar kronkelt het beschermend de bosjes in.

Even over halverwege duikelen we Bouley Bay in. Een groot hotel domineert de scene. Het is potdicht, net zoals de aanverwante pub ‘The Black Dog Inn’. Het keienstrand in de eenzame Bouley Bay met zijn omliggende grotten loopt steil af. Een trefpunt voor duikers nu en voor smokkelaars in het verleden. De naam ‘The Black Dog’ herinnert aan de legende van de zwarte hond, ‘Le Tchan du Bouôlé’. Het grote beest met vlammende rode ogen zou ooit de streek onvelig gemaakt hebben. Een verhaaltje dat de smokkelaars prima uitkwam en zo ongestoord konden werken.

Het donkert al flink wanneer we Le Tour de Rozel ofwel White Rock bereiken. De ‘toren’ is, zoals zijn alternatieve naam al aangeeft, een partij witgekalkte rotsen dat als navigatiehulp dient. Maar eigenlijk is de kaap een stevig aarden schanswerk uit de bronstijd. Je merkt dat enkel nog aan de nu bijna betonachtige structuur van de rotsformaties. De oversteek naar en van dit bijna-eiland doe je immers best omzichtig (én bij laag water!).

Rozel Harbour

Rozel Harbour

 

Het zwerk is zwart wanneer we vanuit Rozel onze taxi proberen te bestellen. Dat wil niet lukken. Na wat zoekwerk merken we dat een van onze gsm’s spontaan is overgeschakeld op het Franse net en we dus een landnummer moeten invoeren. Op zoek naar het landnummer van Jersey in onze wandelgids… Nog steeds geen doorkomen aan. We sparen de batterij, want de andere gsm is al lang gaan slapen. The Hungry Man is dicht en zo ook alle luiken in dit piepkleine vissersdorp. Ik zoek mijn toevlucht tot een lijstje met nummers van andere taximaatschappijen dat ik had voorbereid. Deze keer is het – lukraak – raak. Na veel te lang wachten (“de spits in St. Helier was hels!”), draait een koppel koplichten af naar de haven. Hoezee!

Een vriendelijke en praatgrage eilander stuurt ons kundig door het betere bochtenwerk. Het blijkt een bereisd man te zijn. Helaas komt hij er sinds de geboorte van zijn dochter niet meer aan toe. Dat ligt niet aan de dochter, die intussen even oud als ons moet zijn, maar aan zijn echtgenote die aan een wel heel vreemde fobie lijdt. Ze durft en wil het eiland niet verlaten. De vrouw is al een hele poos in behandeling bij een zgn. TOP (Triumph Over Phobia), maar boekte nog maar weinig verbetering. Het is geen vlieg- of vaarangst, daar hebben ze zich wél samen van vergewist. Een luchtdoop boven het eiland vond ze erg prettig… tot het vliegtuigje koers zette richting zee. Een volgende voorzichtige stap wordt het bezoeken van het meest nabij gelegen eiland, Guernsey. We hopen voor het koppel dat de poging lukt! Zelf hopen we ook ooit voet aan wal te zetten op Victor Hugo’s verbanningseiland.

 

• Bekijk alle beelden van Jersey in mijn portfolio.